Transitieagenda kunststoffen

16 januari 2018

Kunststof en rubber zijn niet weg te denken uit onze samenleving. De afgelopen vijftig jaar heeft het gebruik van kunststoffen een enorme vlucht genomen. Mede door de veelzijdige eigenschappen is de wereldwijde toepassing vertwintigvoudigd. Kunststoffen zijn sterk, stijf, flexibel, vormvast of juist vormvrij en dragen zo bij aan comfort, veiligheid, houdbaarheid, hygiëne en energie-efficiëntie. Met kunststof geproduceerde toepassingen leveren ook ten opzichte van het gebruik van andere materialen een bijdrage aan het verminderen van de CO2-emissies. Behalve een groot aantal voordelen, brengt de grootschalige toepassing van kunststof ook nadelen met zich mee. Het gebruik van (veelal) fossiele grondstoffen en energie oefent druk uit op het milieu. De verspreiding van plastic zwerfvuil en microplastics op land en in zee resulteert in een groeiende vervuiling van de ecosystemen. Dus ondanks alle voordelen, zien wij ons gesteld voor een aantal belangrijke uitdagingen. 

Deze transitieagenda neemt al deze punten mee in een actie- en interventieagenda voor de komende jaren vanuit de gezamenlijke ambitie in het Grondstoffenakkoord om een versnelling te bewerkstelligen in de transitie naar de circulaire (kunststof)economie, waar kunststof van waarde is en blijft. Kunststoffen hebben in 2050 een geringe voetafdruk en zijn gemaakt van gerecyclede of hernieuwbare – biobased – kunststoffen van een gegarandeerde kwaliteit. Er is niet langer sprake van verbranding van plastics, onnodig materiaalgebruik behoort tot het verleden. Met de circulaire kunststofeconomie levert de sector een bijdrage aan de energie- en klimaatdoelstellingen. Er worden geen zorgwekkende stoffen in kunststoffen verwerkt die een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid en het ecosysteem. Door het sluiten van de kunststofketen zorgen producenten, retailers én consumenten ervoor dat macro- en microplastics niet langer lekken naar het milieu.

Kabinetsreactie

Een kabinetsreactie op de plannen zal -als onderdeel van de uitwerking van de klimaatagenda- voor de zomer naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Daarbij zal concreet worden aangegeven wat deze kabinetsperiode kan worden bereikt, door verschillende duurzame initiatieven te versnellen en op te schalen. Ook de andere opstellers

Gezamenlijke inzet

De transitie naar een circulaire economie gaat niet vanzelf. Het vraagt om de betrokkenheid van veel maatschappelijke partijen: consumenten, bedrijven, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties, financiële instellingen, overheden, kennisinstituten en nog veel meer partijen. Daarom hebben de opstellers van het Grondstoffenakkoord afgesproken dat iedereen naar vermogen zijn of haar bijdrage kan leveren aan de agenda’s. Daarom wordt er naast een kabinetsreactie ook een reactie van de opstellers verwacht.